Vloerverwarming type H1 en H2 conform de Norm

Ingeslepen vloerverwarming
Ingefreesde vloerverwarming

Vloerverwarming systeem H1 & H2 (droogbouw)

Met de ingeslepen vloerverwarming blijft de bestaande dekvloer behouden. Bij het droogbouw systeem wordt een vloerelement toegevoegd op de bestaande vloerconstructie waarin de vloerverwarming wordt gefreesd. Hierdoor ontstaat het afgiftesysteem (ingebouwde verwarmings- en koelsysteem) dat de thermische overdracht in de ruimte verzorgt. De verschillende soorten uitvoeringen van de ingeslepen/ingefreesde vloerverwarming zijn door de JK group vastgelegd door onafhankelijke test laboratoria zie hiervoor Geteste en vastgelegde systemen.

Advies per situatie
Voor elke vloer/afgiftesysteem moet een specifiek advies worden gegeven aan de eindklant. Daarbij wordt gekeken naar onder andere het type en de staat van de dekvloer, de bouwkundige situatie en de toe te passen vloerafwerking. Dit moet gebeuren in samenwerking met het bedrijf dat de vloerafwerking aanbrengt en conform de verwerkingsrichtlijnen van de producent van de vloerafwerking.

Ingeslepen – gefreesde  vloerverwarming

Bij bestaande woningen kan de vloerverwarming worden ingeslepen in de bestaande dekvloer. Dit gebeurt bij JK stofvrij met de JK Floorgrinder. Deze machine heeft een ingebouwde stofzuiger met hoog vacuüm en HEPA-filters. Voor het inslijpen worden speciale diamantschijven gebruikt die geschikt zijn voor verschillende soorten vloeren.

Het systeem kan ook worden toegepast in droogbouwsystemen, zoals Fermacell 2E22 of Knauf GIFA-vloerelementen. In dat geval worden speciale freesmessen gebruikt om de sleuven aan te brengen.

Sleuvenpatroon voor vloerverwarming

Met de Floorgrinder wordt een sleuvenpatroon gemaakt in de dekvloer of in de droogbouw vloerelementen. De sleuven zijn ongeveer 15 tot 18 [mm] diep en 14 tot 15 [mm] breed. Elke sleuf heeft een begin- en eindpunt en vormt zo een vloerverwarmingsgroep (ook wel circuit genoemd). De groepen worden aangesloten op een verdeler (ook wel verzamelaar genoemd). Deze verdeler zorgt ervoor dat meerdere groepen afzonderlijk kunnen worden in- of uitgeschakeld en gecontroleerd. Hij is daarmee het centrale aansluitpunt voor het afgifte systeem.

Vloerverwarmingsgroep

Een vloerverwarmingsgroep bestaat uit een vloerverwarmingsbuis van het type PE-RT 1 of 2, met een diameter van Ø14 x 2 [mm]. De maximale lengte per groep is 90 meter. Langere groepen worden afgeraden, omdat dit de werking van de verwarming kan verslechteren. Dit komt onder andere door drukverlies in de leidingen. Hierdoor kan er meer pompvermogen nodig om het warme water goed door het afgifte systeem te laten circuleren. Tevens kan het effect hebben op het temperatuursverloop.

Nadat de sleuven zijn aangebracht worden deze ontdaan van stof of vuil met een industriële stofzuiger.

Inlopen vloerverwarmingsbuizen

De verwarmingsgroepen worden gelegd in een slakkenhuispatroon. Dit zorgt voor een gelijkmatige verdeling van de warmte over de hele vloer. Nadat de sleuven en de vloer extra goed zijn schoongemaakt, worden de vloerverwarmingsbuizen geplaatst. Door de vorm van de sleuven en de wijze van aanbrengen blijven de buizen stevig op hun plaats. Als extra bevestiging kunnen de buizen, indien nodig, worden vastgezet met kunststof kegjes.

Dichtzetten van het afgiftesysteem

Nadat de vloerverwarmingsbuizen zijn geplaatst, gecontroleerd en waar nodig extra vastgezet, worden de sleuven afgedicht met een dichtzetmassa. Hierdoor worden de vloerverwarmingsbuizen als systeem in de vloer gefixeerd.

Er zijn verschillende merken en systemen beschikbaar, afhankelijk van het type vloerafwerking en de soort dekvloer. Voordat de dichtzetmassa wordt aangebracht, wordt eerst een primer van het systeem op de vloer aangebracht. Deze zorgt voor een goede hechting van de dichtzetmassa aan de ondergrond.

Het dichtzetten van het systeem moet gebeuren conform de verwerkingsrichtlijnen van de fabrikant van de dichtzet toepassing. Dit in overleg met de applicateur die de vloerafwerking gaat aanbrengen.

Dichtzetmassa

Na het aanbrengen van de systeemprimer kan de dichtzetmassa worden aangebracht. Deze massa is als systeemoplossing beschikbaar voor verschillende soorten ondervloeren en toepassingen. Elke leverancier heeft eigen verwerkingsvoorschriften. Daarom is het belangrijk om dit goed af te stemmen met het bedrijf dat de vloerafwerking aanbrengt, én rekening te houden met de eisen van de fabrikant van de vloerafwerking.

Als de vloer is dichtgezet, ontstaat er – samen met de bestaande vloer – een warmteafgiftesysteem. Dit zorgt voor een goede thermische overdracht van de vloerverwarming naar de ruimte.

 

Vloerafwerking

Op het afgiftesysteem kan een vloerafwerking worden aangebracht, die kan bestaan uit veel verschillende systemen zoals gietvloeren, parket, bamboe, PVC, marmoleum, tegels etc. met daarin weer verschillende type en merken. Hiervoor gelden de voorschriften van de leveranciers van de vloerafwerkingsproducten. Voor het bepalen van de specifieke warmteafgifte qH in [W/m2] van het verwarmingssysteem verdeeld over het oppervlak is de warmteweerstand van de vloerafwerking nodig Rλ,B in [m²∙K/W]. Deze waarden zijn vastgelegd door de fabrikant van de vloerafwerking en mogen in de regel niet hoger zijn dan 0.10 [m²∙K/W] (hogere waarde hebben een nadelige invloed op de afgifte).

Vloeropbouw

Het afgiftesysteem H2 is opgebouwd uit de volgende basis lagen conform de norm:

  • vloerafwerking (15 [mm] parket eiken)
  • dekvloer (egalinelaag op schuimbeton)
  • verwarmings-/koelleidingen (Ø14×2[mm])
  • constructieve vloer (Cross-Laminated Timber)

Bovenstaande toepassing is gerealiseerd in een woonhuis te Istanbul zie referentie.