Vloerverwarming type A1 conform de Norm

Type A1 - installatiemethode Tackeren
Type A1 - installatiemethode Binden

Installatiemethode Binden

Dit is een nat vloerverwarmingssysteem, waarbij de verwarmingsbuizen ingebed zijn in een mortel. Bij de installatiemethode “binden” wordt de vloerverwarmingsbuis bevestigd op een gegalvaniseerd bevestigingsnetje van 2 x Ø 3[mm]. Dit bevestigingsnet heeft als doel de buizen op hun plaats te houden tijdens de installatie en zorgt voor een gelijkmatige verlegafstand van ca. 100 of 150 [mm]. Het net kan thermisch ontkoppeld worden van de constructieve vloer door isolatie of direct op de constructieve vloer worden gemonteerd.

Bij een calciumsulfaat gietvloer moeten de vloerverwarmingsbuizen extra worden vastgezet om opdrijven te voorkomen. De buizen worden met een bindpistool aan het net bevestigd. Het net kan extra worden bevestigd aan de constructieve vloer en de buizen d.m.v. een slagvaste kunststof Borghclip met een boordiameter van 6 [mm].

De warmteafgifte bestaat uit twee delen: qH,N dit is de standaard warmteafgifte van het ingebouwde verwarmingssysteem. Dit gebeurt als er een temperatuurverschil is tussen het verwarmingswater en de ruimtetemperatuur. En qu dit is de warmte die via de vloer naar beneden gaat. Deze warmte komt terecht in andere ruimtes onder de vloer, in de grond of in onverwarmde ruimtes.

Installatiemethode Tackeren

Dit is een nat vloerverwarmingssysteem, waarbij de verwarmingsbuizen ingebed zijn in een mortel. De installatiemethode “tackeren” is een installatietechniek waarbij verwarmingsbuizen met speciale tackers op isolatieplaten EPS-T met speciaal rasterfolie worden bevestigd.

Een voorbeeld van een type tackerplaat is bijvoorbeeld, Unidek Solidek 4000 TKFP, dit is een vloerisolatieplaat bestaande uit geëlastificeerd polystyreen (EPS-T) met een rechte randafwerking en een folieoverlap van 30 [mm], gecacheerd met kunststof folie voorzien van een rastervormige bedrukking. Aan de hand van de bedrukking kan het vloerverwarmingspatroon en verlegafstand worden gemaakt en zorgt voor een gelijkmatige verlegafstand van ca. 100 of 150 [mm].

De warmteafgifte bestaat uit twee delen: qH,N dit is de standaard warmteafgifte van het ingebouwde verwarmingssysteem. Dit gebeurt als er een temperatuurverschil is tussen het verwarmingswater en de ruimtetemperatuur. En qu dit is de warmte die via de vloer naar beneden gaat. Deze warmte komt terecht in andere ruimtes onder de vloer, in de grond of in onverwarmde ruimtes.

Vloeropbouw

Het afgiftesysteem A1 is opgebouwd uit de volgende basis lagenconform de norm:

  • vloerafwerking
  • constructieve dekvloer
  • verwarmings- /koelleiding
  • beschermlaag (tackerfolie)
  • isolatielaag (bijvoorbeeld EPS-T)
  • eventuele uitvlak laag i.v.m. een vlakke vloer voor de isolatie
  • constructieve vloerconstructie
  • buisbevestiging d.m.v. tackernagels in de isolatie